Soms stoppen we even bij het voormalige brugwachtershuisje van de Vaartserijnbrug, op de hoek van de Oosterkade en het Ledig Erf. De Vaartserijnbrug is in 1931 ontworpen door de architect Gosse Van Der Gaast (1886 – 1973) in een mengeling van Amsterdamse School en Nieuwe Zakelijkheid. Ook de kademuren, de trap naar de kade, de brugkelder en betonnen landhoofden zijn onderdeel van het ontwerp.

Omdat in de loop der tijd het goederentransport over de Vaartse Rijn steeds minder plaatsvond is de Vaartserijnbrug van een ophaalbrug veranderd in een vaste brug. Het brugwachtershuisje was daardoor in onbruik geraakt, heeft jaren leeggestaan en was flink verwaarloosd. Er werd een sloopvergunning verleend maar in 1988 werd het gekraakt. Later is die sloopvergunning weer ingetrokken en is de hele Vaartserijnbrug, inclusief het brugwachtershuisje tot gemeentelijk monument verklaard.
Het is een erg mooi betonnen huisje dat volledig is gerestaureerd in de originele kleuren met gevels in een grijze pleister met een opvallende rasterprint. Het gebouwtje heeft de laatste jaren diverse functies vervuld maar sinds afgelopen zomer is ‘Goede Vrijdag’ er gehuisvest.

‘Goede Vrijdag’ wordt gerund door Jan Pieter, Emiel en Jannick, een drietal kunstacademiestudenten dat na hun studie productvormgeving het initiatief nam om hier een charmant koffiebarretje te beginnen.
Op de paar vierkante meter die het interieur omvat staat een aanrechtblokje, een espressomachine en een paar tafeltjes met stoelen. Het interieur ademt een huiselijke sfeer met veel retro prullaria, dat tevens allemaal te koop is. Zelfs de espressomachine is te koop, mits ze er een goede prijs voor krijgen.
Volgens Jan Pieter levert dat soms bizarre situaties op: ‘Heb je nét een mooie lamp die perfect in het koffiehuisje past, is ie de volgende dag alweer verkocht!’ Het interieur verandert daardoor voortdurend. De inspirerende houding van de initiatiefnemers is ‘veel doen, veel uitproberen en alles gewoon laten ontstaan’.
Zo zijn er zelfs om de twee weken live optredens in de kelder onder het brugwachtershuisje. Gezien de oppervlakte moeten die wel erg intiem zijn…

Van Der Gaast had natuurlijk nooit kunnen voorspellen dat dit deel van zijn ontwerp ruim tachtig jaar later als koffiebar zou fungeren.
Als architect ontwerp je, meestal in opdracht, een gebouw dat een bepaald doel moet vervullen. Dat het een door de opdrachtgever bepaald programma moet kunnen huisvesten. Na het ontwerp- en bouwproces wordt op een gegeven moment dat gebouw opgeleverd. De gebruikers mogen nu hun eigen invulling geven aan hetgeen je ontworpen hebt. Als architect moet je je ontwerp loslaten en hopen dat het zijn weg zal vinden. En dat als in de loop der tijd het oorspronkelijke programma vervalt, het ook andere functies zal kunnen vervullen.

Vroeger werden ophaalbruggen bediend vanuit een brugwachtershuisje. Met de huidige technieken is dat niet meer nodig. Nederland kent inmiddels zo’n tweehonderd in onbruik geraakte brugwachtershuisjes. Veel van deze huisjes zijn pareltjes van architectuur, vallen onder cultureel of industrieel erfgoed en wachten op een nieuwe functie. Het zijn doorgaans kleine bouwwerkjes die niet makkelijk te zijn herbestemmen. Laat staan met een winstgevende onderneming. Maar de huisjes liggen er vaak zo mooi bij dat ze vragen om liefdevolle aandacht.
Als ontwerper is het zondermeer een uitdaging om een dergelijk bouwwerkje een herbestemming te kunnen geven.
We denken dat Van Der Gaast glimlachend een cappuccino zou drinken in zijn brugwachtershuisje. Hij zou die jongens van ‘Goede Vrijdag’ zeker een warm hart toedragen.

Albert Turk (Noordzeearchitecten) en Wouter van Riet Paap (De Ontwerpdivisie)

Geschreven als blog voor DeStadUtrecht