Regelmatig rijd ik vanuit Utrecht naar het zuiden van het land, over de A2 richting Maastricht. Even na Weert en vlak vóór Maasbracht staat een zendmast naast de rechterzijde van de snelweg. Het is een GSM zendmast vermomd als dennenboom.

Iedere keer als ik hier langs rijd moet ik weer lachen. Ik vraag me af wie het in zijn hoofd heeft gehaald om dit monsterlijke ding hier neer te zetten. Het medicijn is toch echt veel erger dan de kwaal.

Het verhaal gaat dat het nota bene de wens van een plaatselijke natuurvereniging was die geen zendmast in het bos wilde zien. Als dat waar is dan zegt dit veel over het beoordelingsniveau van die natuurvereniging…
Ik ging op internet zoeken en kwam er achter dat er veel meer van dit soort plastic zendmastbomen bestaan. In allerlei varianten maar allemaal met een soortgelijk verhaal op de achtergrond.

Providers van mobiele netwerken ondervinden regelmatig veel tegenwerking van burgers en overheden als het gaat om het plaatsten van zendmasten. Naast de angst voor de (nog onvoldoende onderzochte) mogelijke gevaren van straling heb ik begrepen dat de gemiddelde Nederlander die dingen altijd lelijk vindt. En daarom niet wil zien.
Fabrikanten van zendmasten, onder aanvoering van onder druk gestelde providers, spelen hier op in door ze bijvoorbeeld te maken in de vorm van plastic bomen. Niemand kan dat die fabrikant kwalijk nemen, hij speelt gewoon in op een vraag uit de markt. Hij kiest, zoals het een goed zakenman betaamt, de weg van de minste weerstand.

Dit stukje gaat natuurlijk niet over zendmasten.

Op een architectenkantoor waar ik werkte kwam op een gegeven moment een vertegenwoordiger van gevelpanelen zijn product aanprijzen. Het was een nieuw soort kunststof plaatmateriaal met daarop een houtprint. De plaat was in allerlei uitvoeringen verkrijgbaar behalve in het materiaal waar de plaat van gemaakt was; kunststof.

Toen de vertegenwoordiger weer vertrokken was zei een collega dat het wel lijkt alsof fabrikanten zich tegenwoordig schamen voor hun eigen product door het op iets anders te laten lijken. De fabrikant voelt zich in ieder geval onzeker of zijn product wel in de smaak zal vallen bij de consument. Het is blijkbaar niet zijn ambitie om nieuwe producten een nieuwe, eigen identiteit te geven. Men grijpt daarom liever terug op andere, meer herkenbare identiteiten. Dat is markttechnisch gezien natuurlijk wel zo veilig.

Doordenkend op wat mijn collega zei kwam ik erop dat het eigenlijk niet om ‘schaamte’ gaat. Het is een vorm van mimicry.

Mimicry is een verschijnsel in de biologie waarbij een organisme het uiterlijk van een ander organisme nabootst. Mimicry is verwant aan camouflage. Beide mechanismen hebben het doel een roofdier of prooidier te misleiden. Om gevaar af te wenden of je maag te vullen.

Een bekend voorbeeld van mimicry is het geel-zwart gestreepte achterlijf van een zweefvlieg. Door die kleuren lijkt de ongevaarlijke zweefvlieg op een wesp en blijven de meeste roofdieren uit de buurt. Ander voorbeeld is de in het water levende alligatorschildpad. Dit beest heeft een tong die op een worm lijkt. De schildpad houdt zijn bek open en wiebelt ermee. Vissen denken een lekker hapje te zien maar zijn al snel zelf aan de beurt.

In het geval van de zendmast is die nepboom natuurlijk een hele slechte poging tot camouflage. Maar het mechanisme erachter lijkt meer op mimicry. De ontwerper / fabrikant probeert het gevaar af te wenden door zijn product te laten lijken op iets anders. En met gevaar bedoel ik in dit geval afwijzingen, dure procedurele vertragingen en eindeloze ontwerpsessies om die zendmast uiteindelijk toch geplaatst te krijgen.

We zitten opgescheept met thee met frambozensmaak. Koffie met kokossmaak. Kunststof dakbedekking met het uiterlijk van riet. In allerlei kleuren. Metalen dakplaten met een dakpannenstructuur. Woonwagens met steenstrips. Kawasaki replica’s van Triumph Bonneville’s. Inclusief chromen koplampen van plastic. Kunststof kozijnen met een houtprint. Een nieuwe Fiat 500 met alleen een paar uiterlijkheden van zijn klassieke voorganger. Nieuwe woonwijken in retro jaren 30 stijl.

Kijk eens in de brochure van een bouwer van cataloguswoningen. Allemaal nieuwe woningen met alle comfort van deze tijd maar ze zien er uit als rustieke boerderijtjes, Zaanse huisjes en notariswoningen.

Wat heeft dit nu met Utrecht te maken? Nou eenvoudig: loop eens door Leidsche Rijn, Op Buuren of zelfs het centrum: copy-paste architectuur in diverse retrostijlen met als sleutelwoorden: nostalgie en illusie. Dat er onder het dekentje van nostalgie een moderne woning met betonnen skelet, isolerende beglazing en een hoogrendementsketel schuilgaat lijkt niet uit te maken. We wonen blijkbaar graag in de Efteling. De hang naar nostalgie zou ook moeten impliceren dat er geen CV maar een kolenkachel is, altijd tochtende ramen met enkel glas, ratten en muizen in de kruipruimte en een plank met een gat als toilet. Dat is pas echt ‘zoals vroeger’.

Als over een paar eeuwen een archeoloog gaat graven in zo’n hedendaagse nieuwbouwwijk snapt ie er helemaal niets van. Zijn enige conclusie zal zijn dat de bouwers van die huizen weinig trots op hun eigen tijdvak waren en liever hun voorgangers kopieerden.

Zo bezocht ik een tijd geleden een makelaar voor advies. Ik had in opdracht van een ontwikkelaar een ontwerp gemaakt voor een nieuw te bouwen villa in Bilthoven. De makelaar zou de verkoop van de villa organiseren. De bouwstijl van de door mij ontworpen villa kwam voort uit programmatische wensen, hedendaagse bouwmethodiek, efficiëntie en natuurlijk mijn eigen inzichten en voorkeuren. Mijn ontwerp zag er prima uit maar helaas ‘leek het nergens op’.

Als antwoord liet de makelaar me een glanzende brochure zien van een andere nieuw te bouwen villa. In retro Frank Lloyd Wright stijl. Dit moet je bouwen jongen. Dit verkoopt. Nu, drie jaar later moet ik het toegeven; die retro villa staat er inmiddels en mijn villa bestaat nog steeds alleen nog maar op papier…

Ach natuurlijk, ik weet het ook wel; de markt werkt nou eenmaal zo. Maar ik houd gewoon niet van nep. Mag ik alsjeblieft een echte zendmast in plaats van zo’n nep boom?

Albert Turk (Noordzeearchitecten) en Wouter van Riet Paap (De Ontwerpdivisie)

Geschreven als blog voor DeStadUtrecht